anyone who keeps the ability to see beauty never grows old - Franz Kafka



woensdag 23 juni 2010

genieten...

Op een dag deed ik inkopen in een dorp verderop.
Meteen bij aankomst in dat dorp moest ik alweer op zoek naar een toilet, want ja: boven de vijftig!
Omdat ik geen toilet zag dat voor publiek toegankelijk was besloot ik naar een restaurantje te gaan en meteen maar mijn, er ’s morgens bij ingeschoten, koffie te nemen. Toen ik op zoek was naar een tafeltje zag ik vanuit mijn ooghoek een zwaaiende hand. Ik keek en zag een wat ouder echtpaar zitten dat mij vaag bekend voorkwam.
Aarzelend ging ik hun richting. Dichterbij gekomen zag ik dat het bekenden waren van één van mijn zussen. Ik had ze wel eens op hun verjaardagsfeest ontmoet.
Ik schoof aan en tegelijk bracht de serveerster hun de bestelde koffie en appelgebak met slagroom.
Ik bestelde ook een cappucino en zocht in mijn gedachten naar hun achtergrond.
Ik wist het weer: al lang gepensioneerd, wonend in hetzelfde dorp als mijn zus, mannen vroeger collega’s geweest. Ze hadden volwassen kinderen en ook kleinkinderen als ik me niet vergiste.
“Hoe gaat het” informeerde ik.
"Slecht" antwoordde de man. Zijn vrouw knikte instemmend.
Ze kregen de pokkenpest van het aanhoudend slechte weer. Zijn spieren deden aan alle kanten pijn en hij had een verkoudheid die maar niet over wilde gaan. Hij hoestte als een gek en sliep nauwelijks meer.
“Wat vervelend voor je. Maar er wordt gelukkig beter weer voorspeld voor de komende week” antwoordde ik.
“Nou, dat zullen ze ook wel weer mis hebben. Ze kunnen het nog geen dag goed voorspellen daar” zei hij. Zijn vrouw knikte wederom instemmend.
Mijn cappucino werd inmiddels gebracht en zij vroeg me waarom ik geen gebak nam. Ze kon niet geloven dat ik daar niet van houd.
“En mijn littekens spelen ook op met dit klereweer. Je weet toch wel dat ze me vier jaar geleden helemaal open hebben gemaakt?” vroeg de man.
Ik had het vaag in mijn geheugen, wist er niet het fijne van en vroeg waaraan hij dan was geopereerd. Dat had ik beter niet kunnen doen.
Hij trok zijn overhemd uit zijn broek en liet mij een, inderdaad behoorlijk, litteken zien.
Zijn vrouw keek afwisselend naar mij en de buik van haar man.
Ietwat gegeneerd knikte ik en probeerde de aanblik van die witte, grote buik uit mijn geheugen te krijgen.
Toen hij weer zat vroeg ik hoe het met hun kinderen en kleinkinderen ging.
“Och, daar hoor of zie je nooit wat van” zei de man. “Alleen als ze wat nodig hebben kunnen ze komen. Altijd zijn ze druk, druk, druk. En vraag me niet waarmee…met al die onzinnige dingen die zij belangrijk vinden zeker. Maar een keer komen, ho maar”.
Zijn vrouw knikte en mompelde instemmend: “ho maar”.
Ook op mijn vraag hoeveel kleinkinderen ze eigenlijk hadden werd schamper geantwoord. Het waren er vier, maar ook die zagen ze zelden: “ja met een verjaardag en dan nog het liefst die van hun zelf want dan weten ze dat ze geld krijgen."
Inmiddels was mijn cappucino en mijn gespreksstof op. Ik rekende af en zei ze gedag.
De man riep me achterop: “je kunt er maar beter van genieten, dat doen wij ook!”
En hij hief zijn appelgebakje met slagroom naar me op.

zondag 20 juni 2010

gewichtig plaatje...

Zoals algemeen bekend in mijn omgeving (en zo langzamerhand ver daarbuiten) ben ik altijd in gevecht met de weegschaal.
Niet letterlijk want de weegschaal is al een tijd geleden verdwenen onder een kast en tegenwoordig houd ik een broek of rok als graatmeter:-)
Och, hoe ik over mijn lijf denk verschilt van dag tot dag. Gelukkig overheerst tegenwoordig het “nou, dat kan er best mee door”. Superslank ben ik niet en word ik ook niet meer. Heb ik me al lang geleden bij neergelegd. Evenwel moet het niet de spuigaten (spuitgaten, zei één van mijn dochters vroeger, wel een leuke in dit verband!) uitlopen natuurlijk.
Nu las ik laatst in een glossy bij ahum… de tandarts of de kapper, een artikel over een Amerikaans model dat gespot was voor aanvang van de show in haar stringetje.
Stringetje was niet het probleem (ook verwonderlijk overigens in puriteins Amerika) maar het overduidelijke vetrolletje dat je zag toen ze ontspannen lachend op een krukje zat.
Dit had een storm van reacties losgemaakt want vrijwel alle reagerende lezeressen vonden het een verademing om een vrouw met een normaal lichaam op de foto te zien. Hier was overduidelijk geen fotoshop of eetstoornis mee gemoeid geweest.
En als je bedenkt dat dit een normale, zelfs slanke vrouw is met hooguit maat 36, 38 dan snap je ook hoe idioot het vrouwbeeld is dat we tegenwoordig voorgeschoteld krijgen in “de bladen”.
In het blad las ik en passant ook nog dat modellen van tegenwoordig een gewicht hebben dat bij een twaalfjarig kind past. Doodeng omdat generaties jonge vrouwen zich hier wél aan spiegelen! Het laat wel zien hoe ver we afstaan van het beeld van een doorsnee gewicht.
Zou dit een foto zijn die voor publicatie was geweest, dan was er ongetwijfeld royaal gefotoshopt in het gebied rond buik en dijen.
Natuurlijk is dit niks nieuws, we weten allemaal dat dit op grote schaal gebeurt. Maar zo overduidelijk als deze foto dat verhaal illustreert, heb ik het nog niet gezien.
Vandaar dat ik er toch melding van maak in dit blog.
En natuurlijk voor mij zelf om van op te vrolijken als er weer eens een dag komt dat ik zuchtend in de spiegel kijk!

donderdag 17 juni 2010

jeugdherinneringen...

Pasgeleden las ik “Jongensjaren” van de helaas te jong overleden schrijver/columnist Martin Bril. Het is een boek over zijn jeugd in Utrecht, Dieren, Drachten en ’t Harde en bij familieleden in Friesland en Groningen.
Hij schreef dit boek op het laatst van zijn leven en de bundeling jeugdherinneringen is dan ook postuum verschenen. Het gaat o.m. over zijn vriend Jaap Wagenaar, over Ras Patat, over de kauwgomballenautomaat bij de Vivo.
Met een glimlach van herkenning heb ik de korte verhalen gelezen. Sommige herkende ik van zijn columns, sommige waren nieuw voor me maar de sfeer herkende ik naadloos. Verwonderlijk dat er zoveel herkenbaars in zijn verhalen zat want Martin Bril was jonger dan ik. Maar de verhalen zijn min of meer tijdloos; of het nu over schoonmaak of verveling op de zondagmiddag gaat.
Wat ik erg waardeer in zijn schrijfstijl is zijn nuchterheid. Martin Bril bekeek Nederland op een manier die liefde voor Nederlandse gebruiken en gewoonten verraadt.
Gezicht op mijn geboortedorp door de schilder Xeno Münninghoff
De laatste weken lees ik trouwens vaak over jeugdherinneringen van mensen; in boeken, tijdschriften en ook op blogs.
Vreemd is het toch dat ineens van alle kanten dezelfde input komt! Ineens lijk je dezelfde onderwerpen steeds wéér tegen te komen.
Dat maakte wel dat ook ik deze week wat bewuster naar mijn vroegste jeugdherinneringen heb gezocht.
Over het algemeen leef ik toch wel heel erg in het hier en nu, besef ik. Daarbij zijn de meeste van mijn jeugdherinneringen ook niet echt vreselijk leuk om aan terug te denken.
Maar een paar kwamen wel weer boven en daarbij zaten er meer die me ontroerden dan ik tot nu toe veronderstelde.
De herinneringen aan ons dorp zoals dat er vroeger uit zag, met (inderdaad) de Vivo, waar ik vaak heen gestuurd werd om gasmunten te kopen. De oude textielwinkel met de geur die daar hing, ergens tussen mottenballen en pepermunt in, waar ons ondergoed werd gekocht. De witgoedwinkel waar ze ook singletjes verkochten en waar ik mijn allereerste plaatje kocht (Eve of destruction van Barry Mcguire).
De lagere school, geleid door de zusters Franciscanessen, met het immens grote Jezusbeeld met bloedend hart, handen en voeten, achter in de bruin marmeren gang. Deze gang staat me nog goed voor ogen want ik werd behoorlijk wat keren “de gang op gestuurd”.
De carbidbussen aan het einde van het jaar. Ik mocht van mijn ouders onder geen beding in de buurt komen, want het was gevaarlijk. Toch herinner ik me dat ik wel vaak zo’n bus heb afgeschoten, van wie dan en waar is me echter onduidelijk.
Het pad dat achter ons huizenblok liep. Aan de onkruiden die daar in de bermen groeiden, herderstasje, boterbloemen, klaver. De groenten die mijn vader in de tuin verbouwde en het varken dat in het schuurtje werd vetgemest met onze kliekjes.
Het buitenspelen met de andere kinderen uit de buurt. Stand en de bal, landjepik, knikkeren, tollen… om vijf uur naar huis omdat het eten klaarstond.
Het zwemmen in de Keijenbergse Beek, een prachtig gelegen beekje met heel helder water waar de visjes tussen je voeten zwommen. Met een deken op de wal zitten en huisgemaakte boterhammen opeten met een appeltje na.
De oliebollen die met Oud en Nieuw werden gebakken. Omdat we niet heel erg welgesteld waren was het ongekend dat je hiervan zo veel als je wilde mocht eten. De geur die in huis hing, mijn moeder die naderhand de hele keuken sopte, de misselijkheid achteraf.
In de vakantie eten in een heus restaurant, een dagje uit naar zee.
En wat ik nog het mooist vond om me weer te herinneren: de afwas waar vaak door mijn moeder, mijn zussen en mij meerstemmig werd gezongen.
Geen opzienbarende jeugd. Zelfs niet eens een heel mooie jeugd. Maar ja… het zijn wel míjn jeugd en míjn jeugdherinneringen. Veel bitters is gesleten door de tijd en veel (gelukkig) ook écht vergeten.
Wat blijft is het besef dat je het leven zelf kunt vormgeven. Dat je niet hoeft te blijven hangen in nare ervaringen. En dat elke dag weer nieuwe kansen geeft.
En om maar met Martin Bril’s nuchterheid te eindigen: ”ja, je mist meer dan je meemaakt”.
Keijenbergse Beek door de schilder Xeno Münninghoff

zondag 13 juni 2010

er chocola van maken…

Ik ben geen echte snoeper maar voor chocolade doe ik een moord, (oei, dat klinkt niet goed na het nieuws over JvdS) nou ja…gek ben ik op chocolade!
Puur, van goede kwaliteit en minstens 70% cacaogehalte.
Omdat ik voortdurend in strijd met de weegschaal ben is die chocolade natuurlijk helemaal geen goed idee. Maar het vooruitzicht om het zonder chocolade te moeten stellen is vreselijk, nee volslagen onmogelijk. Op alles wil ik korten maar op mijn dagelijkse blokje chocola, never! (overigens zijn meer dingen zoals o.a. mijn dagelijkse glaasje wijn moeilijk om op te geven, maar hé: life is short!)
Bovendien is chocolade zo ongezond nog niet, men beweert zelfs dat het eten van pure chocolade kan leiden tot verlaging van de bloeddruk en tot verlaging van het bloedsuikerspiegel(!)
Nu is onlangs mijn lievelingschocola uit het schap bij de grootgrutter genomen (want die verruilt zo langzamerhand slinks alles voor eigen merk). En dus maakte ik een speurtocht langs allerlei andere merken en soorten.
Er moest véél geproefd worden voordat die chocola het stempel “JannyProef” krijgt, want had ik al verteld dat ik zo van chocola hou?
Uiteraard proefde ik als eerste de repen met een “groene achtergrond”.
Want het is toch mooi als je je zwakke punten kunt verdedigen door er een maatschappelijk doel aan te koppelen? Politici doen niet anders:-)
Eerst dus de “groene” chocolade geproefd van fabrikanten die werken volgens het Ethical Trading Initiative. Zij houden zich aan negen afgesproken punten, over o.a. vrije wil, kinderarbeid, minimumloon, etc. Het zijn merken als Tony Chocolonely, Max Havelaar, Fair Trade en ook een aantal andere.
Helaas vond ik die chocola niet echt lekker… te zoet, te muffig, te dik of anderzins niet smakelijk.
Daarna een nog een uitputtende rondgang langs diverse commerciële merken maar ook hier niet echt iets dat er uitspringt voor mij.
Dus ben ik nog steeds op zoek naar die éne, lekkere pure chocolade soort. Geen dikke reep, niet zoet, geen toevoegingen, minstens 70% chocolade. En overal verkrijgbaar, want als de plank leeg is en de paniek toeslaat wil ik niet eerst kilometers rijden voor ik mijn begeerde lekkernij heb.
Ja… je kunt er maar mee zitten, mensen!
Iemand een suggestie?

donderdag 10 juni 2010

uitslag...

Jullie zullen ongetwijfeld ook gisteravond aan de buis gekluisterd hebben gezeten.
Ik en mijn (tele)hubbie in ieder geval wel:-)
Maar blij werden we er allebei niet van.
Zíjn club die het goed heeft gedaan, maar waarschijnlijk niet het verschil zal gaan uitmaken, míjn club die een prima resultaat had, maar nét te weinig.
Het was zoals altijd weer een boeiend schouwspel: de prognoses die bijna allemaal uitkwamen, de winnaars en de verliezers, de lijsttrekkers die alvast een voorschotje namen op de komende formatie, de fraaie digitale presentatie van de cijfers, de uitslagen die maar mondjesmaat binnenkwamen. Een waar spektakelstuk.
Och ja, het is allemaal inherent aan de verkiezingen, maar het blijft toch altijd weer spannend.
Erg teleurgesteld waren wij dat Nederland zoveel stemmen gaf aan een partij die de verdeeldheid in ons land zonder twijfel zal vergroten. Die mensen gaat uitsluiten en die oordeelt op ras en geloof. Heel bitter vind ik dat!
Maar goed: het is nu eenmaal de uitslag en aan het onderliggende gevoel moet wel aandacht geschonken worden.
Nu op naar de formatieperikelen. Want dat het forse perikelen zullen worden, staat nu al vast.
Vandaag zijn al verkennende gesprekken tussen de diverse fracties begonnen.
Vandaag ook zal de koningin met de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de vicepresident van de Raad van State spreken en vervolgens weer met alle fractievoorzitters.
Die formatie zal ongetwijfeld een zwaar karwei worden. Want hoe je het ook bekijkt: de keus van de kiezer zal ondergeschikt zijn aan de bereidheid tot samenwerking. En dat de twee grootste partijen zullen gaan samenwerken is m.i. erg onwaarschijnlijk.
Enfin: we kunnen niet anders dan afwachten.
Een katterig gevoel kan ik vandaag niet van me afzetten, zelfs al is het nog niet bekend hoe het er allemaal gaat uitzien.
Maar dat de komende regering er één zal zijn waar ik me bij thuis voel, daar geloof ik op voorhand al niet in!
En nee: verhuizen naar een ver, zonnig land is niet voor iedereen weggelegd:-)

woensdag 9 juni 2010

op de valreep...

Het kan nog nét even!
Laten we hopen dat we dit tegeltje niet meer hoeven op te hangen ná vandaag!

zondag 6 juni 2010

zen...

Al jaren “zit” ik op yoga.
Altijd gedacht dat de oefeningen en de bijbehorende meditatie mijn drukke geest goed zouden doen. Even je gedachten stilzetten en naar binnen keren; dat moet toch bij iedereen werken, dus ook bij mij? De laatste tijd twijfel ik hier echter ernstig aan.
Uitgezonderd de laatste vijf minuten van de les (de totale ontspanning: als het licht uit is en we uitgestrekt liggen met mooie klanken op de achtergrond) moet ik nog steeds veel moeite doen om de, zacht gesproken, aanwijzingen op te volgen.
Niet in de laatste plaats omdat ik slecht hoor;-) maar ook omdat ik niet in staat ben om mijn aandacht geheel en al te richten op datgene wat de lerares zegt. Ik ben snel afgeleid en mijn gedachten dwalen nog al eens af.

De lerares zegt ons: gewoonweg zijn, niets doen, geen gedachte, geen emotie, alles loslaten.
Ons voor te stellen dat we in het zand liggen en steeds meer één worden met het zand net zolang tot we zelf het zand zíjn.
Of ons naar het heelal te wenden en ons te voelen oplossen in dat heelal.

Ik gluur tussen mijn oogharen door naar mijn mede-cursisten. Ze lijken heel relaxt. Ze staan langdurig op één been met de armen zijwaarts gestrekt waar ik wiebel en wankel en steeds een teentje als steun bijzet.
Bij de woorden: De Zwaan, Zonnegroet, Trotse Krijger of Neerwaartse Hond weten ze meteen in welke houding te gaan staan terwijl ik me suf peins welke oefening dat nou ook weer is.
Terwijl ik de ingewikkelde houdingen die we geacht worden aan te nemen probeer vol te houden is mijn geest allesbehalve ontspannen. Het lukt me op zo’n moment echt niet om geen waarde-oordeel over mijn gedachten te geven! Integendeel!

Ik vind het raar dat ik normaal gesproken eigenlijk helemaal geen probleem heb om me te ontspannen, maar juist op de plek die er voor gemaakt is en waar alle voorwaarden voorhanden zijn, dat veel moeilijker kan.
Ook met de meditatietechnieken heb ik nog moeite. Ik word er ongedurig van, verre van ontspannen zijn, zeg maar.

Nu las ik pasgeleden het volgende over meditatie:
Wanneer je helemaal niets doet - niet lichamelijk, niet geestelijk, op geen enkel niveau - wanneer alle activiteit is gestopt en je zuiver en alleen bent, dan is dat meditatie.
Wanneer je de tijd kunt vinden om gewoonweg te zijn, laat dan al het doen varen. Denken is ook doen, concentratie is ook doen, contemplatie is ook doen. Zelfs al doe je een enkel moment niets en je bent gewoon, gecentreerd, volkomen relaxed, dan is dat meditatie. En als je eenmaal de slag te pakken hebt, kun je in die staat van bewustzijn blijven zo lang als je wil.
Als je je eenmaal bewust bent geworden van de manier waarop je wezen ongestoord kan blijven, kun je langzaam dingen gaan doen tijdens je meditatie, terwijl je waakzaam bent dat je wezen niet in beweging wordt gebracht. Dat is het tweede stadium van meditatie. Eerst leer je hoe je gewoonweg kunt zijn en dan leer je gewoonweg te zijn tijdens het uitvoeren van simpele activiteiten: de vloer schoonmaken, douchen, etc.
En nu snap ik dus ook waarom het niet zo goed lukt in die lessen!
Ik wás gewoon al tijden in dat tweede stadium!!

maandag 31 mei 2010

elke maand een gedicht: juni 2010...

Het was in juni in de tuin

Het was in juni in de tuin
Het was ons uur en onze dag
En onze ogen keken met zoveel liefde
naar de dingen
dat het leek alsof de rozen
zich zacht openden, ons bekeken
en beminden

De hemel was zuiverder dan ooit
De insecten en de vogels
vlogen door het goud en de vreugde
van een lucht die frêle was als zijde
En de schoonheid van onze kussen
verrukte het licht en de vogels

Noem het een geluk dat plots azuur werd
en de hele hemel nodig had om te stralen
Het hele leven kroop door zachte spleten
in ons wezen om het te doen groeien

En het waren maar aanroepingen
zotte vervoering, beden en wensen
En het plotse verlangen goden te herscheppen
om te kunnen geloven

Emile Verhaeren

zaterdag 29 mei 2010

goed bezig...

Een anders-dan-anders weekend!
Hubbie (ja, ik weet dat het geen goede spelling is, maar dit vind ik leuker) is een paar dagen naar Barcelona. Vrijdag vertrokken en dinsdag weer thuis.
Dus: tijd voor mezelf…nah…alsof hij anders zoveel beslag op me legt: echt niet, hoor. Het is meer dat wij elkaar aangenaam bezig houden, ha, ha!
Maar het is een lonend weekend tot nu toe, mensen: wat ben ik ijverig geweest!
Vandaag heb ik, om maar wat te noemen, bijna de hele dag geverfd.
Van de week was ik bij een heel mooie brocantezaak waar ze ook krijt- en kalkverf verkopen. Heb daar (behalve een oude verzilverde theepot) ook wat potten verf in verschillende tinten grijs en wit gekocht.
Vandaag vroeg opgestaan: Bruun uitgelaten -dat doet Hubbie dus altijd op zaterdag; verwend nest dat ik ben- (overigens heerlijk zo vroeg in het bos, niemand te zien of te horen!) daarna kwasten en plastic handschoenen gaan kopen en aan de slag gegaan!
Ik heb twee grote gietijzeren tuinvazen in een prachtige kleur grijs geverfd. Daarna een spiegel in oudwit, een houten bloemenbak in weer ander grijs en nog een lege schilderijlijst in grijswit. En last but not least: mijn antieke ladenkastje ook in oudwit. Dit laatste was best eng. Heb tijden getwijfeld: kan ik dat eigenlijk wel doen? Zo’n mooie oude kast overschilderen?
Maar aan de andere kant had ik een beetje genoeg van die donkere kleur en paste hij ook niet zo goed meer in onze slaapkamer, waar hij sinds de verhuizing staat.
Zij gaf me het nodige duwtje. Op haar blog las ik en zag ik dat het resultaat prachtig kan worden. En dat is het ook bij mij geworden!
Toen ik vanmiddag laat de plastic handschoenen uittrok en mijn zere rug strekte was ik wel heel voldaan!
Inmiddels staan de tuinvazen binnen (!) op de vensterbank met lichtgrijze planten erin, staan de spiegel en de lijst op een haltafel, de bloemenbak (met bloemen) op de slaapkamer en ook de ladenkast weer op zijn oude, nieuwe plekje.
Daarna was het uurtje in de zon, met een koel wijntje en een lekkere salade een mooie beloning!
En voor morgen heb ik, behalve een bezoekje aan mijn moeder, ook nog het nodige op mijn to-do list staan.
Vreemd dat ik dit soort aanvallen van fanatiek klus-isme nooit heb als Hubbie er is! Hoe komt dat toch?
Is dat alleen bij mij zo of hebben anderen dat ook? Wie het weet mag het zeggen!

dinsdag 25 mei 2010

nieuw...

TIJD VOOR IETS NIEUWS!! HOE VINDEN JULLIE HET?

zondag 23 mei 2010

Even wegdromen...

Elk mens heeft recht op zijn afwijkingen, toch?
Nou, mijn afwijking is benevens een hele reeks andere het lezen van boeken over mensen die een leven hebben opgebouwd in een ver, zonnig buitenland.
Nu is met die afwijking op zich nog niet zo veel mis maar voor mij moeten het wel boeken zijn die overlopen van het zuiderlijke savoir vivre!
Hoe romantischer de verhalen zijn, hoe liever het mij is. Ik wil niks lezen over de moeilijkheden en feiten van een dergelijke verhuizing (die natuurlijk helemaal niet zo romantisch zijn maar vaak juist ontmoedigend).
Nee, ik wil lezen over het Goede Leven in Toscane, Umbrie of welke andere Italiaanse regio dan ook. Over een verhuizing naar de Provence of Sardinië. Of naar Andalusië of Murcia. Dondert niet waar het verhaal zich afspeelt zolang het maar gaat over traditionele huizen, culinaire ontdekkingen, vriendelijkheid van de regionale bevolking of welke mooie aspecten van zo'n leven dan ook.
Aan al deze voorwaarden voldoen voor mij de boeken van Marlena de Blasi ruimschoots.
Zij is voormalig kok, journalist, culinair adviseur en recensent en heeft verschillende kookboeken op haar naam staan.
Haar eerste min of meer biografische boek was Duizend dagen in Venetië.
Behalve haar memoires (hoe ze als succesvol culinair journaliste en moeder van twee volwassen kinderen impulsief besluit naar Venetië te verhuizen om daar te trouwen met een “vreemdeling met bosbeskleurige ogen” die ze pas heeft ontmoet) geeft ze ook een aantal recepten.
Het tweede boek heet (hoe verrassend) Duizend dagen in Toscane.
Dit is het verhaal van Marlena en haar echtgenoot in het landelijke Toscane. Hierin beschrijft ze de eeuwenoude tradities van het Toscaanse plattelandsleven. In het najaar ontwaken bij het ochtendgloren om kastanjes, truffels of eekhoorntjesbrood te verzamelen en bij het begin van de winter om druiven en olijven te oogsten. Ook hier wordt het verhaal afgewisseld met recepten.
Boek drie heet “Vrouwe van het Pallazzo”.
Hierin verhuist ze met haar echtgenoot naar Orvieto, een oude stad in Umbrië. Hun zoektocht naar een passend huis (wat uiteindelijk de voormalige balzaal van een vervallen zestiende-eeuws palazzo zal worden) is net zo’n romantisch verhaal en ook hierin ontbreken de recepten niet.

Natuurlijk begrijp ik ook wel dat dit soort boeken wordt geschreven omdat ze zo lekker weglezen. En omdat ze relateren aan een besef dat het leven in het Zuiden meer vervuld is van het Carpe Diem-gevoel dan hier in het nuchtere Noorden.
En uiteraard besef ik ook dat dit weinig te maken heeft met de werkelijkheid van een emigratie.
Maar het is wel heerlijk wegzwijmelen en dat is af en toe best lekker.
In gedachten zie ik mezelf natuurlijk in dezelfde situatie. Dat ik eigenlijk helemaal niet tegen hitte en felle zon kan, vergeet ik voor het gemak maar even. En dat ik weliswaar van koken houd maar er niet aan moet denken om wild zwijn, haas of konijn te bereiden is ook niet zo belangrijk. Evenmin als mijn tegenzin in het voor dag en dauw opstaan om wat dan ook te oogsten.

"Ik woon nu in een veertiende-eeuws palazzo in een Umbrisch heuvelstadje. Ons leven is simpel en vol van rituelen zoals ten minste vier keer per dag naar de bar gaan voor cappuccini, aperitivi, chocolade en sympathie; heel vroeg in de ochtend een paar uur schrijven; rond een uur of negen naar de ochtendmarkten gaan, boodschappen doen voor de lunch en vrienden ontmoeten; lunchen. Na het middagdutje nog even weer een paar uurtjes schrijven, tot het begin van de avond; samen een avondwandelingetje maken; nog wat kleine boodschappen doen voor het avondeten. Uiteindelijk keren we weer terug naar huis waar we dineren, of we gaan uit eten in een van de kleine osteria waar Orvieto beroemd om is."

Zo omschrijft Marlena de Blasi haar huidige leven en dat klinkt best ontspannen, daargelaten of je zo zou willen leven of niet.
Ik vond en vind het heerlijk om me even te laten meenemen in verhalen die zijn doortrokken van de geuren en kleuren van een zonnig buitenland!
Hoe zit dat bij jullie? Waarbij kun je wegdromen of hebben jullie die behoefte eigenlijk niet?

dinsdag 18 mei 2010

thuis...

Na een paar dagen Istanbul weer thuis.
Istanbul is een prachtige stad met cultuur en historie. We wisten uiteraard dat ze tot Culturele Hoofdstad van 2010 was gekozen maar dat maakt de stad ook ten volle waar!
Er is zo veel te zien en te beleven dat deze vijf dagen niet genoeg waren om zelfs maar alle highlights te bekijken.
In de stad is het een mengeling van europees en islamitisch geklede mannen en vrouwen uit alle landen van de wereld. We spotten mensen uit alle (ook Oost) Europese landen, mensen uit het Midden Oosten, Amerikanen, de onvermijdelijke Japanners met hun cameras. Alleen al deze mengelmoes van nationaliteiten maakt het stadsbeeld de moeite waard.
De stad is heel schoon en goed verzorgd. Uiteraard hebben we het hier over de meer toeristische wijken. Andere wijken hebben we niet gezien maar daar zal het ongetwijfeld anders zijn. Istanbul heeft 15 miljoen geregistreerde inwoners en zomers komen daar nog zo’n vijf miljoen ongeregistreerde inwoners bij in de vorm van tijdelijk personeel voor het toeristenseizoen. Het verkeer is dan ook gigantisch druk. De Turken zijn niet de meest geduldige chauffeurs, toeteren constant, laten niemand voor en glippen in elke kleine ruimte die maar ontstaat in de files. Ik zou duizend doden sterven als ik er zou moeten rijden!
De gids vertelde ons dat 99% van de Turken Islamiet is. Maar slechts 25% bidt elke dag vijf maal, zoals voorgeschreven. Istanbul heeft vele honderden moskeeen en de oproepen tot gebed komen van alle kanten uit de luidsprekers.
Raar ook om je te realiseren dat maar 4% van Turkije eigenlijk in het continent Europa ligt, de overige 96% ligt op het continent Azië.
We zagen het Topkapi Paleis, de Blauwe Moskee, de Hagia Sophia, we maakten een hop-on, hop-off bustour van een paar uur, we maakten een lange boottocht op de Bosporis en zagen beide stadshelften liggen op de verschillende continenten. We slenterden uren in de Grand Bazaar en keken onze ogen uit. Er zijn hier zo´n 65 straatjes met tussen de drieduizend en vierduizend kraampjes met allerlei koopwaar: tapijten, leer, juwelen, antiek, kleding en dat alles in een mix van echt en/of nep! Overal in de stad zijn prachtige straatjes en steegjes met restaurantjes, bars, kroegen en overal waar je hier ook maar kijkt zijn terrassen. Ondanks de decente kleding zorgden de looks en long legs van oudste voor veel verhoogd Turks testosteron gedurende deze dagen:-) Dat op zich was al goed voor vele grappige momenten (en heel soms voor een vervelend moment).
Heerlijk om een paar dagen samen te zijn met je volwassen kind; dat komt niet meer zo vaak voor natuurlijk. We hebben samen genoten van de natuur, cultuur, gastvrijheid en last but not least de gastronomie van Istanbul. We hebben gelachen om herinneringen, stilgestaan bij oud leed, ons verheugd om hedendaags begrip en geluk.
We hebben op dakterrassen met een duizelingwekkend uitzicht gegeten, we hebben “gechilled” (jawel..) op Turkse zitkussens in een club met een glazen vloer waaronder de restanten van een eeuwenoud stadspaleis zichtbaar waren. We hebben een uitgebreide behandeling bij een authentieke hamam meegemaakt en dat was werkelijk een sensatie!
We hebben vele kilometers gelopen, rondgekeken, sfeer geproefd en gekletst.
Kortom: deze korte vakantie was een heerlijke belevenis en een traditie die we zeker in stand zullen houden!