anyone who keeps the ability to see beauty never grows old - Franz Kafka



dinsdag 21 augustus 2012

boek henk helmantel...

Een tijdje geleden kocht ik bij De Potstal in Valburg een boek over het werk van Henk Helmantel (overigens kocht ik ook de kan van zilvertin op de eerste foto).
Ik ben een groot bewonderaar van Henk Helmantel.
Het boek is een uitgave uit 2007 en is uitgegeven bij zijn jubileum als kunstschilder. Het was nu behoorlijk afgeprijsd. Kijk, dat is leuk natuurlijk, al staat zijn meest recente werk er niet in. Maar het boek biedt een overzicht van een deel van Helmantels werk en laat zien waar zijn inspiratie vandaan komt.
Henk Helmantel woont in een herbouwde middeleeuwse pastorieboerderij in Noord Groningen. Daar heeft hij tevens een grote expositieruimte voor de vaste collectie van zijn eigen werk.
Van 1961 tot 1965 bezocht Henk Helmantel de kunstakademie Minerva in Groningen. Hij kwam daar in een volstrekt andere wereld terecht dan waaraan hij gewend was. Zijn gereformeerde achtergrond was voor hem belangrijk, in tegenstelling tot zijn studiegenoten, die veelal van het geloof waren vervreemd. Bovendien had hij een voorliefde voor de oude schilderkunst. Doch veel leraren en leerlingen van de toenmalige akademie hadden een voorliefde voor een nieuwe stijl. Henk Helmantel bleef zijn stijl echter trouw.
Tegenwoordig schildert hij voornamelijk kerkinterieurs en stillevens. En deze laatsten vind ik echt prachtig. De helderheid en de precisie waarmee hij schildert zijn fenomenaal.
Hij is intussen een zeer bekend en gerespecteerd kunstenaar geworden. Zijn werk vindt nationaal en internationaal grote waardering. Hij heeft inmiddels tentoonstellingen gehad in Taiwan, in de USA, in Duitsland, Tsechië, Maleisië, Engeland, Frankrijk en Indonesië en in Nederland uiteraard.
Ik zag zijn werk ooit op een tentoonstelling in het Singermuseum in Laren en was vanaf die dag fan.
En ik ben nog steeds van plan om zijn atelier in Westeremden te bezoeken. Je kunt hier nl. genieten van de prachtige Weem, de tuinen er omheen, de oude Andreaskerk en het tentoongestelde werk uit eigen collectie.
Een citaat: "Een collectie van schilderijen die gemaakt zijn door een schilder die nog steeds gelooft in de schoonheid als een wezenlijk doel van zijn arbeid met penseel, paletmes en olieverf."
Jullie begrijpen dus wel dat ik blij ben met het boek en dat ik er regelmatig in blader en lees en geniet van de prachtige foto's van zijn kunstwerken.

maandag 20 augustus 2012

weer terug naar het leven van alledag....

De vakantie is over…
Hubbie is vandaag gaan werken en is ook al weer met zijn politieke werk bezig na zeven hele lange weken vakantie.
Ik ben weer gestart met de maandagse schilderlessen, verrichtte weer huishoudelijk werk, deed boodschappen, liet de hond uit en...
Raar, maar elke dag doe ik de dingen weer op dezelfde manier, lees ik dezelfde krant en kijk ik naar dezelfde programma's. Ik ben weer helemaal terug in de gewoonten van alledag.
(Ja, natúúrlijk ben ik weer terug in het leven van alledag...wat had ik dan gedacht?)
Uiteraard heb ik een aantal ervaringen opgeslagen en die zullen vast wel een rol gaan spelen, op welke manier dan ook. Het is wellicht nog te vroeg om daar wat zinnigs over te zeggen.
Maar toch merkwaardig hoe snel een vakantie weer naar de achtergrond is verschoven en hoe rap je je weer bekommert om de dingen waar je voor die tijd ook mee bezig was.
En hoewel ik het eigenlijk wel wist, vind ik het toch een beetje teleurstellend dat ik weer in sneltreinvaart in de mallemolen van het "gewone leven" zit.
Een béétje jammer maar, hoor.
Want er zijn veel dingen om naar uit te kijken, niet in de laatste plaats de geboorte van ons eerste kleinkind!
En daar verheug ik me waanzinnig op!
Maar hoe is dat bij jullie? Hernemen jullie ook zo snel weer je dagelijkse gewoonten? Of zijn jullie wel in staat om vakantie-ervaringen te integreren in je leven?
En doe je dingen daarna geheel anders?

donderdag 16 augustus 2012

foto's en filmpjes, deel 2

Hierbij deel twee van de Indonesiereis. Ik plaats ook wat filmpjes. De kwaliteit is niet heel hoog, want het was voor het eerst dat we filmden. Daardoor wisten we niet goed waarop te letten, maar de opnamen geven hopelijk toch een goede indruk.
Wat me aan Indonesie opviel is dat het een land van tegenstellingen is.
Enorme rijkdom / enorme armoede. Vervuilde, drukke steden / ongerept platteland.  Zwaar gesluierd / ultrakort uitdagend. Enorme vlakten / duizelingwekkende hoogten.  Mensen met een lichte, bijna blanke huid en mensen met een donkere, haast Afrikaanse huid. Krottenwijken / buitenwijken. Overdaad tegenover bescheidenheid.  Zware industrie contra menselijk handwerk. 
Dat is ook wellicht de reden dat het zo'n boeiend land is.

Het is eigenlijk letterlijk een verdeeld land, want Indonesië bestaat uit zo'n 17.508 eilanden. De totale bevolking bestaat uit zo'n 250 miljoen inwoners. Daarmee is het qua inwoneraantal het op drie na grootste land ter wereld en tevens het land met de grootste moslimbevolking.
Alleen al op Java wonen meer dan 160 miljoen mensen en dat is daarmee het dichtstbevolkte eiland ter wereld. En dat is zeer goed te merken, zoals eerder gezegd, zeker in de grote steden.
Maar ondanks dat biedt Java nog altijd prachtige landschappen, mooie tempels en resten van een koloniaal verleden.
Sumatra daarentegen is niet erg dichtbevolkt (45 miljoen inwoners).
De helft van het eiland wordt bedekt door tropisch regenwoud. Sumatra heeft de meest unieke flora en fauna van Indonesie (hoewel ik natuurlijk maar drie eilanden heb gezien). Het eiland is zo'n 2.500 km lang. Vooral het Tobameer is, zoals ik al eerder beschreven heb, een prachtige omgeving met een aangenaam klimaat. Hieronder het mooie uitzicht dat we vanaf onze hotelkamers (onderste foto)  hadden! (De struik met geel/rode bessen is een koffiestruik). 


En ondanks alle verhalen die ik eerder hoorde over Bali, vond ik de andere twee eilanden boeiender. Waarschijnlijk had dat ook te maken met het grote aantal toeristen dat in Bali rondloopt (en dan zijn we nog niet eens in de echt grote toeristenplaatsen geweest). Dus hoewel de hindoeistische cultuur hier zeker interessant is, en het natuurschoon heel lieflijk, gaat mijn voorkeur toch nog steeds uit naar Sumatra. Vanwege de uitbundige natuur en de ongereptheid. Nog wel, want het is te merken dat de ontbossing van de regenwouden een grote vlucht heeft genomen. De grote maatschappijen schijnen hier goede zaken te doen, hoorden we. Doodzonde...letterlijk!
Hieronder nog een foto en filmpje van de leuke aapjes die we overal langs de weg tegenkwamen!

Ik vertelde al eerder van het afval dat overal rondslingert.
Hieronder nog wat foto´s van het strand van Padang. Je ziet hier ook uiteraard niemand zwemmen. Hoewel dat ook kan liggen aan het feit dat de stad voor 90 procent Islamitisch is.

Het meest heb ik genoten van de mensen. De Indonesiers zijn, zoals gezegd een vrolijk volk. Ze lachen veel, zijn vriendelijk en voorkomend. Ook werken ze hard, ik heb zelden zo vaak mensen tegelijk bezig gezien met van alles en nog wat. Ze verkopen en handelen veel en op de marktjes staan boeren met hun zelfverbouwde groenten en fruit of vrouwen met etenswaren.

Hiermee sluit ik het Indonesie-avontuur af in dit blog.
In mijn hoofd zal het zeker nog lang blijven rondspoken. In eerste instantie hebben Hubbie en ik deze reis gemaakt om een uitdaging aan te gaan. Deze vakantie was oneindig veel anders dan onze "gewone" vakanties. Ik heb oprecht genoten van het rondtrekken, het zien van geheel andere culturen, de natuur en de mensen.
Of we dit nog eens doen, wordt ons gevraagd. Geen idee. Er is zeker behoefte om wat verder te kijken dan de werelden die we al kennen. Als het echter zover komt zullen we een aantal dingen geheel anders aanpakken. Een kwestie van ervaring en voortschrijdend inzicht waarschijnlijk.
Boven alles staat dat het een ontzettend mooie reis is geweest door een oneindig boeiend land!
En dat het ons stof tot nadenken zal geven voor een heel lange tijd!

donderdag 9 augustus 2012

En dan de foto´s!...

En dan ben je ineens thuis!
Of ineens: nou nee, dat bepaald niet: eerst vanuit Jakarta naar Dubai zes uur vliegen, een stop in Dubai van drie uur en daarna naar Amsterdam in acht uur. Dan nog een treinreis van zo`n anderhalf uur. Nog een half uur met de taxi.
Dán ben je pas thuis!
De koffer uitpakken, de eerste wasjes wassen, de post doornemen en genietend in de tuin een kop koffie drinken. Vroeg, heel vroeg naar bed en na een fikse nachtrust weer als nieuw opstaan.
En wat is het dan heerlijk in je eigen huis en tuin! Beetje redderen, hond extra aandacht geven, en de tuin bewonderen, die er weelderig bijstaat. Boodschappen doen, wat in de tuin prutsen. Bellen met familie en vrienden. Langzaam komen we weer in het vertrouwde ritme, al lopen in onze hoofden de beelden nogal door elkaar.
De rust en de stilte hier doen bijna pijn aan de oren, in Indonesie waren we gewend geraakt aan voortdurende drukte en lawaai.
De foto's en filmpjes zijn al bijna allemaal bekeken. Er zijn heel veel opnamen gemaakt, maar er moet nog een mooie compilatie van worden gemaakt, want niet alles is helemaal goed gegaan.
Ik plaats een aantal logjes met foto's.
Het is zoveel dat één logje niet voldoende is.
Hopelijk kan ik met de foto´s laten zien wat we hebben meegemaakt en wat een prachtig land Indonesie is.
Veel plezier met het bekijken van de beelden!


Cultuurshock!!
De eerste dagen op Java in Jakarta en Bogor. Bezoek aan een sloppenwijk, wennen aan het lawaai en het chaotische verkeer!



Eenmaal op het platteland van Java zie je de schoonheid pas echt.
De rijstvelden zijn prachtig om te zien, zeker de rijstterrassen. En als je van dichtbij hebt gezien hoe zwaar het oogsten van rijst is, verspil je nooit meer één rijstkorrel!

Het Kraton van Jogyakarta.


De Borobudur. Wat een klim! Maar ik heb de geluksstoepa bereikt en mijn wens gedaan!

De Prambanan tempel. En het sprookjesachtige feestbuffet in de openlucht met zicht op de tempel.


Overal langs de weg zie je geoogste kruiden etc. liggen te drogen. De middelste foto is een kruidnageloogst in verschillende stadia. Het ruikt verrukkelijk!




Onderweg weet je niet waar je het eerst moet kijken. Er is zoveel moois te zien.



Balinezen offeren vijf keer per dag aan de goden. Dit wordt overal gedaan, zelfs op kleine altaartjes voor winkels, etc.






Zoveel onbekends, zoveel kleur, zoveel geur!
De lokale markten zijn een lust om te bezoeken.

Wordt vervolgd.

zondag 5 augustus 2012

Padang en weer terug naar Jakarta....

De reis van Bukkitinggi naar Padang is ongeveer 160 kilometer.
Aanzienlijk minder dus dan de vorige reis van Prapat naar Bukkitinggi. De weg is gelukkig ook heel redelijk.
Alweer reizen we langs een meer, het Sinkarakmeer dit keer. Dit meer is wat minder indrukwekkend, maar we zijn ook wel wat gewend de laatste tijd, zeg! Het weer houdt niet over; de laatste dagen is het erg bewolkt en af en toe regent het. Daardoor is het zicht niet erg goed en lijkt het meer een beetje grijs.
Aangekomen in Padang blijkt het hier vochtig warm te zijn in tegenstelling tot het weer dat we de laatste tijd hebben gehad. Het hotel lijkt van de vergane glorie te zijn. Dat is overigens ook het nadeel van reserveren via Internet, het lijkt goed maar soms valt het zwaar tegen. We logeren niet echt in chique hotels, maar vaak is het gebodene absoluut niet wat de reissite ons wil laten geloven. We zien tijdens een wandeling een aantal hotels die aanzienlijk beter zijn voor dezelfde of lagere prijs. Jammer, maar een leer voor een volgend keer zullen we maar zeggen. 
De chauffeur is vandaag voor het laatst en moet nu dus weer zo'n 800 kilometer in zijn uppie terug naar Medan rijden. Ongelofelijk dat we zo'n eind op Sumatra hebben gereden! En over wat voor een wegen! IK plaats later nog wel eens foto's om dit te illustreren. 
Later in de middag gaan we wat wandelen langs het strand van Padang. Alles is erg verlaten ivm de Ramadan. Deze stad is voor 80 procent Islamitisch. Dat is ook duidelijk te zien aan de vrouwen en meisjes die voor het grootste gedeelte gesluierd zijn. Fiks gesluierd ook, niks geen frivole sjaaltjes zoals in Nederland, maar lange rokken en grote sluiers, zelfs heel jonge meisjes. Een heel ander beeld dan in de vorige steden! Ook de imams die hier een paar keer per dag oproepen tot gebed weten niet van ophouden, er wordt wel een half uur of langer door de luidsprekers uit de Koran gereciteerd. Ook midden in de nacht! Pas tegen etenstijd, tegen half zeven in de avond, zie je de stalletjes en restaurantjes weer wat vollopen. Nergens in de buurt was vandaag iets geschikts te vinden dus eten we maar in een winkelcentrum, met oorverdovende Indonesische popmuziek op de achtergrond. Terwijl we eten is het gaan stortregenen en als we naar het hotel teruglopen staan de straten blank. Onder de plu maar toch kletsnat waden we met onze voeten door de enorme plassen. Enfin: zo wennen we natuurlijk wel aan het idee dat we binnenkort naar Nederland terugvliegen;-)
De volgende dag is het erg broeierig en warm buiten. Gelukkig klaart het in de loop van de dag op en wordt het helder. We hebben een hele dag hier om wat te bekijken, maar Padang is niet echt een leuke stad. We gaan naar de Pasar Raya, de grote markt. Maar deze markt is wel heel veel van hetzelfde, textiel en schoenen voornamelijk. En sjaals..... onnoemelijk veel sjaals. Je zou bijna vermoeden dat de sjaalindustrie de Islam sponsort, ha, ha!
We lopen ook nog hele einden langs het strand, dat wil zeggen: we nemen de weg langs het strand. Dat strand zelf is vreselijk vervuild. Grote hopen afval liggen langs de kant en in het water en op het strand zelf liggen textielresten, plastic, blik, fruitresten, en wat nog niet meer! De Indonesiers zijn totaal niet milieubewust; ze gooien alles van zich af en laten alles liggen waar het valt. Er wordt weinig vuil opgehaald (maar 30 procent van het afval wordt verwerkt, voor de rest is geen capaciteit) en overal ligt rottend en stinkend afval. In sloten, rivieren, kloven, overal gooit men van alles, en helaas niet alleen verteerbaar afval. Heel jammer, want er is hier zoveel natuurschoon en moois. Maar niemand, echt niemand doet moeite iets in een prullenmand te gooien. Overigens zijn die er vaak ook niet eens. De overheid propageert het volgens zeggen wel, maar daar is weinig tot niks van te merken. Je zult hier wel opgegroeid moeten zijn om die houding te begrijpen, ik snap er echt niets van: je maakt je eigen omgeving toch niet tot zo'n afvalberg!
In de reislogjes die ik maakte van onze reis, probeerde ik zowel de negatieve als de positieve kanten van Indonesie te laten zien. Een van de dingen die ik onder negatief rangschik is de vervuiling. De luchtvervuiling doordat de steden overbevolkt zijn en er oneindig veel auto's, brommers en scooters rijden. De omgevingvervuiling doordat afval niet goed wordt verwerkt. De onverschilligheid van de mensen voor straatvuil. Dat terwijl Indonesie zo'n prachtig land is met zoveel potentieel! En uiteraard weet ik ook wel dat de regeringsvorm hier niet je-van-het is, maar dat is stof voor weer een aantal andere logjes, lijkt me. Dat leent zich wat minder voor een reisverslag.
Maar bovenal blijft de schoonheid van het land me bij, de schoonheid van de natuur is echt ongelofelijk! Ook de schoonheid van de mensen; Indonesiers zijn over het algemeen mooie mensen, al zijn er onderling grote verschillen tussen stammen. En vooral ook de vriendelijkheid van de mensen, die is ongekend. Dat wordt wel even wennen weer, zo dadelijk. Ik ben heel gelukkig in Nederland, maar vriendelijkheid... nee, dat zijn we met zijn allen misschien een beetje verleerd. Het gezellige samenzijn dat je hier overal op straat en in de huizen ziet, dat kennen wij niet (meer). Ik ben heel blij dat ik zoveel heb gezien en ervaren. Dit zal me ongetwijfeld bijblijven en hopelijk helpt het me in de toekomst de dingen in het juiste perspectief te zien en te kunnen relativeren. Als je ziet met hoe weinig mensen hier toekunnen en hoe hard ze werken voor een minimaal bestaan! Daar steekt ons westerse leventje wel heel erg bij af, hoor. Zonder overigens iemand te kort te doen, ik weet dat problemen overal hetzelfde gevoeld worden.
Zo langzamerhand begin ik naar huis te verlangen. Naar mijn dochters, mijn hond en ons huis. Zien hoe ver het buikje van Oudste is gegroeid en hoe hun huis is gevorderd. Horen hoe Jongste het in Toscane heeft gehad en hoe ze er uitziet met een lekker kleurtje. Kijken of Bruuntje zich goed gehouden heeft in onze afwezigheid en of hij het de oppas moeilijk heeft gemaakt. Zitten op onze veranda....zien hoe alle tuinplanten gegoeid zijn. Jullie merken wel dat ik eraan toe ben om naar huis te vertrekken, na een lange, fijne en boeiende reis.
De vliegreis van Padang naar Jakarta verliep goed. Het hotel waar we daar zitten is erg nieuw en modern, maar niet te ver van het vliegveld. De omgeving hier steekt erg af bij wat we tot nog toe zagen. Hier is het een en al nieuwbouw en is geen zwerfvuil te zien. Klaarblijkelijk heeft de overheid of wellicht de investeerder belang bij dit deel van Jakarta. We vliegen pas heel laat in de avond naar Amsterdam terug. Met een tussenstop in Dubai. En dan...dan, beste mensen zijn we weer thuis!
Tot dan!

donderdag 2 augustus 2012

Bukkitinggi...

De reis naar Bukkitinggi zullen we niet snel meer vergeten!
Het zo'n dikke 500 kilometer vanaf Prapat gelegen Bukkitinggi is een stad in een prachtige omgeving. Volgens onze reisgids zelfs een van de mooiste van heel Indonesie.
De infrastructuur van Sumatra is uitermate slecht; de reis moest over de Sumatra Highway. Nu klinkt dat natuurlijk heel mooi, maar in werkelijk is deze highway een smalle weg, die grotendeels bestaat uit kuilen en gaten. Hele stukken asfalt zijn weggespoeld tijdens overstromingen en ook vulkaanuitbarstingen hebben geen goed gedaan aan de weg.
De reis was prachtig, we reden door een ongerepte natuur, die slechts hier en daar menselijk ingrijpen liet zien. We vertrokken om kwart voor acht in de ochtend uit Prapat en kwamen, met een drietal kleine stoppen, aan om twaalf uur s'nachts! We waren uitgeput, in de eerste plaats natuurlijk de chauffeur! De laatste honderd kilometer moesten we in volslagen donker rijden want lampen zijn er hier uiteraard niet. Ik heb wijselijk niet uit het raam gekeken als we langs enorme afgronden kwamen, want Bukkitinggi ligt in de bergen. Het was dan ook behoorlijk stil in de auto!
Bij aankomst bleek ons hotel prachtig te liggen, heel dicht bij het regenwoud, met een adembenemend uitzicht, en met het geluid van apen op de achtergrond, maar jammer genoeg behoorlijk oud en verwaarloosd. Moe en bezweet wilden we meteen onder de douche en naar bed. Toen we de kraan opendraaiden kwam er echter geen druppel water uit! Na vragen bij de receptie hoorden we dat de pomp moest worden aangezet en dat er na een half uur water zou zijn. Dat bleek ook zo te zijn: er kwam nu een sliertje ijskoude druppels uit de douchekraan! De volgende ochtend bleek bij de receptie dat ze al tijden problemen hebben met de watertoevoer. Daarom besloten we, met medewerking van het vriendelijke personeel, een ander hotel te zoeken. Daar hebben we nu een warme douche, maar helaas geen uitzicht! Och ja mensen...life sucks!:-)
Bukkitinggi blijkt een leuke stad. Als we in de middag naar de stad gaan, zien we een verzorgde, prettige stad, die gelukkig niet zo chaotisch is als de steden die we tot nog toe zagen. Bukkitinggi ligt te midden van een vruchtbaar cultuurlandschap op het Agamplateau. Het is omringd door gedeeltelijk nog werkende vulkanen. Het ontwikkelde zich tot economisch centrum vanuit het ooit door de Nederlanders gestichte Fort De Kock. De stad ligt 930 meter boven de zeespiegel.
Het is duidelijk aan de huizenbouw te zien dat dit het land van de Minangkabauers is. Hun gebied strekt zich uit van Bukkitinggi tot Padang, dat we binnenkort gaan bezoeken. Minangkabauers hebben in tegenstelling tot de Bataks een matriarchale samenlevingsvorm. Elke familie heeft hier een stammoeder en de erfopvolging geschiedt via de dochters. De vrouwen bezitten alle huizen en rijstvelden en die worden alleen via de vrouwelijke lijn geerfd. Het ouderlijk gezag over de kinderen is aan de familie van de vrouw. Mannen hebben wel degelijk wat te zeggen als oom of broer maar niet als echtgenoot. Van oudsher blijft de vrouw na haar huwelijk in het huis van haar moeder wonen, de echtgenoot woont in het huis van zijn moeder. Als hij zijn vrouw bezoekt is dat als gast. Hij verdeelt zijn inspanningen tussen de familie van zijn vrouw en van zijn moeder. Pas als het huwelijk zich harmonisch ontwikkelt verhuist hij naar het huishouden van zijn vrouw.
De huizen van de Minangkabauers zijn prachtig om te zien, de daken hebben een sierlijke, hoog uitlopende punt in de vorm van een buffelhoorn en zijn versierd met bontgekleurd houtsnijwerk. We hebben ze gefotografeerd dus ik hoop ze nog te kunnen laten zien. Bukkitingi bezit heel wat gebouwen en huizen in deze stijl en dat maakt het aanzien van de stad erg boeiend.
De mensen hier zien duidelijk niet veel westerlingen. Hier kijkt zowat iedereen ons nadrukkelijk na, jonge mensen beginnen vaak een beetje te giechelen, heel vaak worden we gevraagd om op de foto te gaan en ook komen ze spontaan op ons af om een praatje te maken. Je merkt dat ze graag hun Engels willen oefenen. Ik heb nooit eerder meegemaakt dat mensen je zo vriendelijk begroeten, toe lachen of naar je zwaaien. Een wonderlijke maar prettige ervaring!
De tweede dag gingen we met de chauffeur, die inmiddels is uitgerust omdat hij een rustdag heeft gehad, een rondreis door het Hoogland van Bukkitinggi maken. Het zou een wederom een gedenkwaardige tocht worden.
We besloten een tocht in het hoogland rondom Bukkitinggi te doen, rondom het prachtige bergmeer Danau Maninjau. Een tocht met maar liefst 44 haarspeldbochten! Het was alweer een schitterende ervaring, zo'n natuur die ik enkel op Discovery heb gezien maar nooit in werkelijkheid. Onderweg zagen we langs de weg overal kleine aapjes zitten en dat blijft leuk! Het meer is omringd door rijstterrassen en door viskwekerijen.
De terugtocht maakten we rond de onderkant van het meer. Nou, dat hebben we geweten! Een smalle weg, ook hier weer gedeeltelijk weggeslagen, hele stukken helemaal geen asfalt, bruggetjes die bestaan uit een paar houten palen en stijgingen en dalingen om duizelig van te worden. Af en toe deed ik mijn ogen maar dicht als ik weer zo'n bruggetje zag aankomen. De natuur rondom het meer is echter prachtig en dat maakte het allemaal zeer de moeite waard.
Ik kan eigenlijk niet echt beschrijven hoe mooi het hier is. We zijn allemaal erg blij dat we Sumatra hebben uitgekozen als slot van onze reis. Wat een ervaring, deze vakantie! We zeggen nu al tegen elkaar dat we gesprekstof of borrelpraat hebben voor de rest van ons leven! Ik ben heel blij dat we dit mogen meemaken.
De vakantie is bijna over. Morgen gaan we naar Padang, daar blijven we twee dagen en dan vliegen we naar Jakarta. Daar moeten we toch nog een nachtje blijven ivm het tijdstip van vertrek naar Nederland.
Ik ben zo benieuwd hoe en of al deze ervaringen een rol blijven spelen in mijn leven. Ik denk dat het eigenlijk niet anders kan. Dit blijft een belevenis om nooit te vergeten.
Wordt vervolgd.

maandag 30 juli 2012

Tobameer...

Het gaat met het plaatsen van mijn reislogjes nog steeds goed.
Maar het is soms moeizaam want ik kan niet overal verbinding krijgen en ik wil er ook niet teveel tijd aan kwijt zijn. Vandaar dus dat ik geen foto's plaats, want is lastig hier. Even wachten dus op de foto's. Ik beloof dat ik thuis heel veel zal laten zien want we maken echt veel filmpjes en opnames. Ons hotel in Prapat aan het Tobameer heeft het mooiste uitzicht dat ik ooit in mijn leven heb gezien. Als we op ons balkon zitten kijken we uit op een paar prachtige palmenbomen met daarachter het schitterende Tobameer. In de avond zien we een zonsondergang die zo bijzonder is dat we er een tijdje stil van zijn. Na aankomst hebben we een rondje Prapat gedaan en 's avonds eten we in het restaurant van het hotel.
De volgende dag gaan we met de auto een gedeelte van het Tobameer verkennen. De natuur is hier puur en gevarieerd. Het heeft een meer wildere uitstraling dan de natuur in Java en zeker in Bali. Er wonen hier natuurlijk ook veel minder mensen op een grotere oppervlakte, dat maakt veel uit.
We rijden van Prapat om het meer heen en stoppen bij prachtige vergezichten. Dit is het gebied van de Bataks, een groep van anderhalf miljoen christenen, zowel protestant als (in mindere mate)katholiek. Het is hier duidelijk: er staan in elk dorp op zijn minst twee kerken maar meestal meer.
De Toba-Bataks hebben hun godsdienst vermengd met de oude geloofsvormen die al eeuwenlang worden beleden. De Bataks geloven dat de kosmos in drie gebieden is onderverdeeld: de onderwereld met de doden en de geesten, de bovenwereld met zijn goden en de tussenwereld met de mensen. Hun huizen zien er bijzonder uit: met hun zadeldaken en de versieringen in zwart, wit en rood.
We zien onderweg het dorp Pematang Purba. Dit dorp herbergt het onderkomen van de vorstelijke familie van de Simalungun. Het is geheel gerestaureerd en wordt als een soort openluchtmuseum opengesteld voor publiek. Het grootste koninklijk paleis Rumah Bolon is een bouwwerk op palen, geheel gebouwd zonder spijkers en het rust op twintig rijk gedecoreerde teakhouten zuilen. Ook de mausolea van de familie liggen hier. Verder zien we nog een van de hoogste watervallen van Indonesie, bij Porsea. Telkens stoppen we weer bij adembenemende uitzichten op het meer en filmen en fotograferen we alsof ons leven er van afhangt.
De volgende dag gaan we het eiland Pulau Samosir verkennen. We steken per ferry al heel vroeg op de dag over maar desondanks is het al aardig druk. Het is een genoegen om te zien wat er allemaal opgeladen wordt. Vanaf het bovendek heb je zicht op het reilen en zeilen van de ferry.
Het eiland is 40 km. lang en 20 km. breed. Er wonen ongeveer 150.000 Toba-Bataks.
We bezoeken als eerste de koningsgraven van de Sidabutardynastie. Er is geen gids dus we wandelen zelf tussen de grafmonumenten. Er is een 18de eeuwse sarcofaag van koning Sidabutar maar de rest is een beetje raden.
Daarna gaan we naar het plaatsje Tuk Tuk. Het staat vol met de schilderachtige huizen van de Bataks. Het is ongelofelijk hoeveel mensen hier nog op een oude traditionele manier leven.  We bezoeken een prachtig hotel, werkelijk een droomplekje onder de zon. Traditioneel gebouwd, rustig en heel goedkoop. Ongelofelijk maar waar. We treffen hier een nederlandse Indonesier die ons op een heel interessante manier het verschil tussen Nederland en Indonesie uit de doeken doet.
Daarna gaan we naar Siallagan. Dit is een koningsdorp waar we een Batakwoning bezoeken. Hier is gelukkig een gids, en nog een heel goede ook. Ze vertelt over het leven van de Batak vroeger en nu. Ze laat het oude rechtsplein zien, waar uit steen gehouwen tafels en stoelen staan. Die oude rechtspraak was wel wat anders dan tegenwoordig. Werd iemand schuldig bevonden aan een misdaad dan was hij voor de Batak een dier geworden. En dan behandelde je hem ook als een dier. Dat betekende in de praktijk dat hij in een ruimte onder een Batakwoning kwam te zitten met vastgemaakte handen en een voet in een houten schandblok. Alle dorpelingen mochten dan doen wat ze wilden, spugen, slaan, steken of wat dan ook. Werd hij ter dood gebracht dan werd als eerste zijn hart en lever naar de koning gebracht en daarna mochten de dorpelingen van zijn vlees eten. Puur kannibalisme dus. Gelukkig toch wel zo'n honderdvijftig jaar geleden dat de laatste veroordeelde gegeten werd, hoor.
Als we weer rijden, weten we werkelijk niet waar we moeten kijken. Aan alle kanten natuurschoon, natuurlijk het beneden gelegen meer en de vulkanen op de achtergrond.
Maar ook het leven aan de kanten van de wegen is uitermate boeiend om te zien. Deze Bataks zijn een heel interessante stam waar een mannelijk gestructureerde standaard geldt. Alleen de vaders vormen de band tussen de generaties. Elke stam heeft een mythische stamvader. De stam is weer onderverdeeld in clans en het is verboden om met iemand van je eigen clan te trouwen. Een Batakmeisje verlaat haar huis als ze trouwt, en wordt voor altijd lid van de clan van haar echtgenoot.
Ook uiterlijk verschillen deze Bataks weer van bijvoorbeeld de mensen uit Java en Bali, maar ook met de meer noordelijk gelegen delen van Sumatra.
Deze reis is zo intens en brengt ons zoveel inzichten. Door de andere gebruiken, gewoonten, normen. Maar ook door de ontmoetingen en door het gadeslaan van een totaal andere samenleving.
Morgen wordt het een heel lange reis (500 kilometer) naar Bukittinggi.
Wordt vervolgd.

vrijdag 27 juli 2012

Sumatra: aankomst Medan...

De vliegreis van Surabaya in Java naar Medan in Sumatra duurt zo'n kleine drie uur! Dat zegt wel wat over afstanden hier.  De vliegreis was prima, Hubbie hield de armleuning wel iets te strak vast maar daar zijn we inmiddels aan gewend:-)
De komende negen dagen zijn we dus in Sumatra.
Vandaag overnachten we in Medan, de hoofdstad van Sumatra. Medan werd in de 17de eeuw gesticht maar werd pas in 1886 hoofdstad van Sumatra, mede door de enorme opbrengsten van thee, palmolie en rubber. Dat werkte (en werkt) natuurlijk als een magneet dus tegenwoordig is Medan een smeltkroes van ethniciteiten en religies. Mooi om te zien dat het allemaal naast elkaar kan bestaan. Het maakt op ons een verzorgde indruk, in tegenstelling tot wat we lazen over deze stad.
Ja, natuurlijk is het een drukke stad: het heeft 6 miljoen inwoners en het is de derde grote stad van Indonesie. De chauffeur die ons van het vliegveld naar het hotel brengt, gaat ook met ons een rit door de stad maken. Hij laat ons in een twee uur durende rondleiding heel veel zien. Eerst gaan we naar de moskee Mesjid Raya (Grote Moskee) die door de toenmalige sultan werd gebouwd met geld van de koloniale overheersers en ook door Nederlandse architecten werd ontworpen. A.en ik moeten uiteraard een sarong en een sjaal om, geen pretje bij een royale temperatuur van 35 graden!
Daarna gaan we langs de grootste boeddhistisch-taoistische tempel van Indonesie, de Vihara Gunung Timur Medan. Hij weerspiegelt de invloed en de welvaart van de Chinese gemeenschap in Medan. We zien de Immanuelkerk, waar ooit de Nederlandse plantagehouders bijeen kwamen.
Ook bezoeken we de Parisada-Hindu-Dharmatempel. Hij lijkt op iets uit duizend-en-een-nacht! Zoveel kleurig beschilderde beelden, veel bloemen in allerlei kleuren en veel torentjes en boogramen. Het is het heiligdom van de Tamils, die ooit als plantagewerkers naar Sumatra werden gehaald door de Nederlanders. We rijden door een wijk met veel koloniale overblijfselen, zoals het voormalige Nederlandse stadhuis, het postkantoor, het vroegere hotel De Boer en het station compleet met een koloniale locomotief!
We gaan tenslotte nog naar het Sultanspaleis Istana Maimoon. Ook dit palies werd gefinancierd met geld verkregen van de Nederlandse plantagehouders. De huidige sultan is pas 14 jaar en woont met zijn moeder (zijn vader is overleden) in Sulawesi. Er wonen wel familieleden in het paleis. Met de chauffeur is een afspraak gemaakt om ons de komende dagen door Sumatra te rijden. Onze vriend H.is een kei in onderhandelen en zorgt er steeds voor dat we niet te veel betalen, want ze slaan er wel een slag naar hier. Heerlijk dat dit allemaal is geregeld en dat we niet met het openbaar vervoer hoeven gaan.
's Avonds gaan we naar de Merdeka Walk. Een straat met allerlei restaurantjes, die vooral nu met de Ramadan in allerlei kleuren verlicht zijn en gezellig druk. Grappig is het dat hier alles wordt versierd tijdens de Ramadan, het lijkt een beetje op een overdadige kerstversiering, met knipperende en gekleurde verlichting!
We laten ons verleiden om in een riksja te stappen. En nog wel een gemotoriseerde riksja! Als we onze vrienden opgepropt in het kleine karretje zien zitten, hebben we het niet meer! Aan hun lachbui te zien, moeten wij er hetzelfde uitzien! We eten echt heerlijk en ook gezellig in de buitenlucht. Het personeel verdringt zich om ons te mogen helpen, je merkt dat ze het leuk vinden om met ons te praten! Het is ongewoon warm in Medan, vertelt men ons. En inderdaad snakken we aan het eind van de avond naar een douche en onze gekoelde kamer.
Morgen vertrekken we richting Prapat, aan het Tobameer.
Het Tobameer is het resultaat van een van de grootste vulkaanuitbarstingen, miljoenen jaren geleden. Het ligt op 910 meter hoogte en wordt in tweeen gedeeld door een eiland: Pulau Samosir, dat weer met een dam aan de westoever is verbonden.
Van Prapat, waar we drie dagen blijven, gaan we naar Bukittinggi. Ook hier blijven we drie dagen. Daarna gaan we naar Padang. Hier blijven we twee dagen en daarna vliegen we vanuit daar naar Jakarta op Java.
En vandaar weer naar huis, maar zover zijn we nog lang niet!
Wordt vervolgd!

donderdag 26 juli 2012

Bali: Ubud, Denpasar en door naar Sumatra...

De rit naar Ubud is ook weer een heel mooie.
De natuur is hier wel wat minder gevarieerd dan in Java, concluderen we. Vooral Oost-Java is heel erg mooi. Misschien iets minder gecultiveerd dan Bali, maar dat vind ik nu juist zo leuk eraan.
De weg gaat weer door de bergen. Weer vallen de vele tempels op, de huistempels die soms behoorlijk groot zijn, maar ook de vele stadstempels. Alle tempels liggen vol offergaven. Merkwaardig is wel dat deze offergaven gewoon blijven liggen. Er liggen dus bergen verdroogd en vertrapt afval naast of achter de altaren.
We bezoeken in Mengwi de Pura Taman Ayun Tempel. Het is het tweede tempelcomplex qua grootte van Bali. Hij werd in 1634 gebouwd en in 1937 bij restauratiewerkzaamheden vergroot tot de huidige omvang.We moeten ons verplicht in de voorgeschreven kledij van sarong en sjerp (vrouwen) en sarong, sjerp en hoofdtooi (mannen) hullen. Het is hilarisch als je dat Hollandse hoofd van Hubbie ziet met een feloranje hoofdtooi. Ik weet niet precies hoe dit hoofddeksel heet, maar dat zal ik nog even opzoeken. Jammer genoeg kunnen we geen gids krijgen ivm een crematie. Het tempelcomplex is imposant en intrigerend. Maar als leek kom je niet goed achter de betekenissen van alle beelden, altaren en torens. Ook met ons reisboek erbij wordt het niet veel duidelijker. Ik neem me weer voor om Google te raadplegen zodra daar gelegenheid toe is.
Aangekomen in Ubud kunnen we wel begrijpen waarom onze vrienden deze plaats twee jaar geleden hebben vermeden. Het is echt toeristisch, en we horen behoorlijk vaak Nederlands om ons heen. Het hotel is gelukkig fijn rustig.
De volgende dag is een marktdag. We gaan eerst naar een marktje van een paar dorpjes verderop. Die is minder toeristisch, maar wel erg rommelig en basic. We komen ontelbaar veel hout- en glasbedrijven tegen op de weg terug. Prachtig tuinmeubilair van teakhout en mooi geblazen glazen voorwerpen. Helaas te zwaar of te kwetsbaar om mee te nemen. We besluiten ons toch maar naar Ubud-stad te begeven. H. gaat een brommer huren om wat mee rond te rijden in de omgeving, Hubbie besluit om een rustige plek te zoeken met een pilsje en A. en ik kopen wat souvenirs voor onze gelieven thuis. We eten in ons hotel en in de avond gaan we de nog ontbrekende hotels aan het Toba-meer in Sumatra boeken. Dat blijkt niet mee te vallen.
Sumatra zal in veel opzichten een verrassing voor ons worden, verwachten we.
De dag erna brengen we de auto weg en de verhuurder brengt ons naar het vliegveld van Denpasar. Vandaar vliegen we weer naar Java (naar Surabaya om precies te zijn) en vandaar weer naar Medan, op Sumatra.
Het vliegtuig waarmee we vliegen heeft nog propellers. Hubbie, die het nooit erg gehad heeft op vliegtuigen, verbleekt! De hele reistijd van 45 minuten is hij opvallend stil!
Aangekomen in Surabaya blijkt ons hotel een superhoog appartementengebouw nabij de christelijke universiteit te zijn. Die avond eten we in een soort mensa, omdat we geen zin hebben om lang te zoeken naar een restaurant. Er heerst totaal geen sfeer maar het eten is uitstekend, zoals bijna overal in Indonesie.
Morgen dus heel erg vroeg op omdat we al om 8.15 uur naar Medan vliegen.
Sumatra, here we come!
Wordt vervolgd.

zondag 22 juli 2012

Bali: Pemuteran en Lovina...

Op weg naar Bali!
Onze chauffeur brengt ons naar het eerste hotel in Bali. Het is vandaag de eerste dag van de Ramadan. Hij vast vanzelfsprekend als moslim. Ook de vrienden die met ons reizen houden Ramadan. Dat betekent dus midden in de nacht eten, voor zonsopgang. En pas na zonsondergang weer. Gelukkig is het in Indonesie al om zes uur donker. Hubbie en ik houden ons aan de bekende eettijden. Gelukkig, zou ik zeggen, want midden in de nacht eruit om te eten... ik weet niet, hoor!
Het is een lange rit naar de oversteekplaats. Dat is een klein plaatsje nabij Banyuwangi. De rit verloopt voorspoedig, de wegen zijn op dit traject over het algemeen goed, in tegenstelling tot veel wegen in Java. De oversteek duurt 25 minuten. Heerlijk, de zeewind en het zonnetje tegelijk op je gezicht!
Aangekomen in Bali is onze eerste overnachting een home-stay in Pemuteran. Hier neemt de chauffeur afscheid van ons, vanaf nu gaan we zelf verder met een gehuurde auto. Op Bali is dit minder een probleem dan op Java. We zullen hem best missen, zo'n aardige man en excellente chauffeur. In de ochtend wordt de gehuurde auto gebracht en even later zijn we onderweg naar Lovina.
Het landschap in Bali is echt anders dan in Java. Minder bos, minder hoge bomen. Meer lagere begroeingen en meer kleuren van bloemen. En overal, maar dan ook overal tempels. Waar de bevolking van Java voor het grootste gedeelte moslim is, ligt dat in Bali anders. Hier is 85 procent van de bevolking Hindoe. Voor elk huis zie je dus Hindoebeeldjes waar bij geofferd wordt. Een Hindoe moet 5 maal per dag aan de goden van de boven en/of onderwereld offeren. Je ziet dus overal kleine bakjes gemaakt van banaan- of palmblad, gevuld met kleine stukjes fruit, bloemetjes, rijstkorrels, etc. voor de huizen en tempels staan. We komen veel tempelgebouwen tegen die beter onderhouden lijken dan de huisjes er omheen.
Ons hotel in Lovina blijkt overboekt. We worden naar een dichtbij gelegen hotel gebracht, met teruggave van een deel van de kosten. Stiekum zijn we hier blij mee, want het oorspronkelijk geboekte hotel bleek erg druk te zijn. Nu zitten we in de middag heerlijk ontspannen aan een rustig zwembad, met een boek of tja... in mijn geval een I-pad:-). Fijn even uitrusten, een paar baantjes zwemmen.
In de avond eten we bij een restaurantje dichtbij de kust. De bestelde tonijn is anders dan in Nederland. Hier is het een zachte, lichte vis. Maar hij smaakt uitstekend.
De volgende dag gaan we op pad om de omgeving te verkennen. Onze vrienden waren hier twee jaar geleden ook en we rijden een prachtige route, weg van al te veel toeristisch vermaak. Want dat is wel een verschil. Terwijl we in Java meestal nogal opzien baarden en de mensen duidelijk niet al te veel westerlingen hadden gezien, is het hier juist andersom. Bali is prachtig, maar er zijn best veel toeristen. Heel veel Nederlanders ook. Maar daar hebben we nu, op deze route, niet zoveel last van. We rijden naar de waterval bij het Bratanmeer. Mooi, maar we hebben dan nog geen idee van wat we nog te zien krijgen. De weg slingert zich rond het meer. Onderweg zien we in de bermen kleine aapjes zitten. Het zijn er heel veel naar later blijkt. Soms met jonkies en allemaal even vertederend. Na een koffiestop op een adembenemend punt (voor ons koffie, voor onze vrienden ivm Ramadan dus niks).
A. en H. ontmoetten hier in de buurt twee jaar geleden de beheerder van een heel mooie tuin en we gaan hem nog eens opzoeken. Aangekomen bij de tuin herinnert hij zich onze vrienden nog goed en we worden rondgeleid in de tuin. Tuin is hier geen goed woord. Het is een oppervlakte van zo'n drie hectare met hoogteverschillen van honderden meters. Hij leidt ons naar een waterval zoals we maar zelden hebben gezien! Het is zeker een verval van 60 meter! Het zijn er eigenlijk twee en het is werkelijk adembenemend. De tuin is beplant met honderden soorten bloeiende planten, struiken en bomen in alle mogelijk kleuren. Ook zijn er mangobomen, banaanbomen, sinasappelbomen, avocadobomen, koffiestruiken, kruidnagelbomen, nootmuskaatbomen, cacaobomen en Joost weet wat nog meer. We lopen trappen en paden op en af en filmen en fotograferen er wat af. Ik weet niet waar ik moet kijken want de tuin is echt... adembenemend. En ja... ik weet dat ik in herhaling val, maar ik kan het echt niet anders uitdrukken. De tuin is van iemand uit Singapore die er maar een of twee keer per jaar komt. We klauteren wat af en voelen onze beenspieren goed! Na een uitgebreide bezichtiging nemen we afscheid.
We vervolgen de prachtige weg en zoeken alvast een restaurantje aan zee waar we vanavond kunnen eten.
In het hotel zegt Hubbie dat hij een massage besteld heeft en even later komen twee Balinese dames aankloppen. Het blijken twee zussen te zijn en ze hebben vaardige, stevige handen. En tjee... wat voelt dat goed. De dames vertellen nog wat over hun leven op Bali, en dat dat geen hemel op aarde is (zoals sommige toeristen schijnen te denken) wil ik graag geloven. Alleen de rijst is goedkoop op Bali, zeggen de dames. Ja, dan voel je je toch vaak wel heel erg bevoorrecht als westerling. Wij kunnen 's avonds weer fijn ergens gaan eten, maar de dames wacht nog heel wat werk en een hongerige familie!
Na het eten in het uitgezochte restaurant, wat overigens ook weer heerlijk is, drinken we bij terugkomst nog even koffie met de eigenaresse van ons hotel. Ze is een Australische van 60 jaar, met een bewonderenswaardige instelling. Ze is van oorsprong lerares en heeft een globetrottende familie. We hebben een interessant gesprek over het leven op Bali en dat ze houdt van het eiland en zijn bewoners is ons wel duidelijk.  Wat is het toch leuk om over al die verschillende levensstijlen te horen en dit soort ontmoetingen te hebben!
Morgen weer inpakken (eigenlijk pakken we de koffer helemaal niet uit, maar herschikken we het allemaal een beetje) om door te gaan naar Ubud.
Wordt vervolgd.

Malang....

Na een prachtige rit door de bergen komen we in Malang.
Ons hotel hier is een typisch Indonesisch hotel, met een Balinese uitstraling. De muziek die overal op de achtergrond klinkt geeft ons na twee dagen de kriebels. Mooie Balinese muziek, daar niet van. Maar wel steeds hetzelfde.
Bij het eten op het buitenterras zien we ineens een grote rat over een richel lopen. Onze vrienden horen 's nachts veel gerommel boven hun hoofd en vermoeden dat diezelfde rat aan het slaapwandelen is. Ha, ha.. wij sliepen rustig door, niks gehoord!
In de ochtend doen we het rustig aan, want het is best pittig, zo'n trektocht! We hebben meestal weinig tijd voor relaxen want we willen zoveel mogelijk zien. Maar even een uurtje aan het zwembad met een boekje is heerlijk. Zelfs al is het weer bepaald Nederlands te noemen!
Malang blijkt een charmante stad. Hoewel net als andere Indonesische steden erg druk, heeft het toch net dat speciale sfeertje van een oud-koloniale stad. Veel mooie gebouwen en brede lanen, een stadspark met een vijver met werkelijk honderden waterlelies.
We beginnen onze stadsverkenning in Toko Oen. Hier troffen de Nederlanders elkaar vroeger na de kerk, die er dichtbij staat. En hoewel het cafe het niet kan halen bij het koloniale cafe Batavia in Jakarta is het wel voor te stellen hoe het er destijds aan toe moet zijn gegaan. We wandelen door het stadje, langs de mooi verzorgde straten en langs de koloniale panden die hier nog volop aanwezig zijn. In de avond worden er nog wat hotels geboekt in Bali, waar we over een paar dagen naar toe gaan.
De volgende dag gaan we naar Pasuruan. Dit stadje is geen doel maar alleen een overnachting. We konden niet verderop een geschikt hotel vinden, dus na deze overnachting moeten we nog een enorm eind naar de volgende stop in Bali.
Maar vandaag kunnen we dus onderweg nog het een en ander bezoeken. We besluiten de Bromo te gaan zien, een nog steeds werkende vulkaan. Java bezit meerdere vulkanen. De Bromo is moeilijk te bereiken. De weg er naar toe moet onze chauffeur grijze haren hebben bezorgd want het wegdek is heel, heel slecht. Halverwege kunnen we niet verder en gaan met een gehuurde Jeep met chauffeur verder. Het wegdek is hier eigenlijk bijna compleet verdwenen en er zijn alleen gaten en kuilen als weg. Wel een enorme belevenis en we halen herinneringen op aan een tocht door Marokko die we jaren geleden maakten en waar we ook met Jeeps de woestijn in zijn geweest. Als we uit moeten stappen komen er veel jonge mannen met paarden op ons afgelopen en als we naar de vulkaan kijken weten we ook waarom. Het is een behoorlijke lange weg omhoog, dwars door los zwart lavazand, gevolgd door een trap van 250 treden! Ik besluit maar om mijn afkeer van paardenlijven te negeren en stijg op een paard met een donkerbruine, gelooid uitziende begeleider. Hij brengt mij tot aan de trap en na die hijgend en puffend te zijn opgeklommen, komen we aan de kratermond. We kopen een bosje bloemen om als offerande in de vulkaan te gooien en filmen en fotograferen er lustig op los. Prachtig landschap rondom die vulkaan, erg indrukwekkend.
De bewoners van deze streek zien er heel anders uit dan de Javanen die we tot nog toe hebben gezien. Dit zijn Tenggezen, een volk dat leeft op een steile hoogte. Ze hebben hier op bewonderenswaardige manier terrassen aangelegd waarop ze fruit en groenten verbouwen. Ze zijn heel arm en moeten van alles en nog wat doen om aan geld te komen.
Als we, stoffig en vuil van het stuivende lavazand, weer in de auto stappen gaan we op weg naar ons overnachtingsadres. We zien onderweg veel industrie, maar ook tabaksplantages en rijstvelden. Wat me ook treft zijn de koeien die je hier ziet. Ze staan meestal vastgebonden aan een uiterst kort touwtje, en zien er triest en mager uit. Marianne Timmer: hier is werk aan de winkel!!
Aangekomen in ons hotel en na een lekkere douche en wat mailcheck-gedoe, gaan we nog even het stadje in om een restaurantje te vinden. Het blijkt lastig als je niet in de stalletjes onderweg wilt eten, maar ook niet in grote superrestaurantketens. We vinden ergens een geschikt restaurantje, goed eten maar luide muziek van een loeigrote tv.
Vroeg naar bed dit keer want weer een behoorlijke reis voor de boeg. Maar als alles goed gaat zijn we morgen in Bali!
Wordt vervolgd.

donderdag 19 juli 2012

Ponorogo... Op weg naar Malang

Op weg naar Ponorogo.
Op zich geen bezienswaardige stad maar een tussenstop op weg naar Malang.
Bij Solo (Surakarta) gaaan we de stad bekijken. We willen het Kraton bezoeken maar deze Kraton is echt niet de moeite waard naar onze indruk. Vervallen en redelijk verlaten ook.
Een volgend doel is de rommelmarkt ... In ons reisboek stond dat daar nog aardig wat antiquiteiten werden gevonden. In een flash zie ik mezelf met een prachtig antiek stuk thuiskomen en bij Tussen kunst en Kitsch zitten;-) maar helaas kunnen we de markt niet vinden. We worden door ontzettend vriendelijke mensen de weg gewezen. Helaas wel allemaal een andere kant op! Omdat we nog een lange weg voor de boeg hebben besluiten we maar door te gaan.
Het is een prachtige weg, met rijstvelden in terrassen aan beide zijden. We rijden dwars door dorpjes waar het leven zich op straat afspeelt. De natuur is adembenemend.
Wel jammer dat de Indonesiers niet zorgvuldiger met de natuur omgaan. Overal, maar dan ook overal tref je afval aan.
De brommertjes zijn hier ook weer in grote getale aanwezig. Dat blijft me verbazen. Wat er allemaal niet vervoerd wordt op die dingen. Hele gezinnen, pa en ma soms met helm, en de kinderen altijd zonder helm voorop en tussen hen in geklemd. Mijn hart slaat af en toe over als ik zie hoe de kinderen losjes op de voertuigen zitten. Ook wordt alles vervoerd op de scooters en brommers. Enorme rieten manden aan allebei de zijden met levende kippen, schapen of geiten. Of enorme bergen rijsthalmen, bamboestokken of wat allemaal niet. Vaak zit de bestuurder losjes op een grote berg oogst of planken of wat dan ook! Fascinerend om te zien.
De tweede dag besluiten we een route uit het boek te rijden. Ook nu weer een prachtige rit. De natuur is prachtig en we zien zoveel bloemen die we, of niet kennen, of alleen maar als kamerplant. Enorme struiken kerststerren, crotons en planten die ik nu niet kan benoemen omdat mijn hoofd te vol zit om er nog diepliggende informatie uit te kunnen trekken-:) Onderweg zien we langs de kant van weg overal allerlei oogsten liggen. Onder andere van kruidnagel. Als we uitstappen ruiken we het meteen, zo,n sterke geur! Natuurlijk komen er meteen overal mensen opduiken die ons aanstaren, zoals bijna altijd. In dit gedeelte van Indonesie zien ze duidelijk heel weinig westerlingen. We worden op de foto gezet en worden naar de tuin gebracht waar de kruidnagelbomen groeien. Als we weer instappen worden we enthousiast nagezwaaid.
Onze volgende stop is bij een klein stil strandje, ergens in the middel of nowhere. De branding is er fenomenaal, een paradijs voor surfers, zou je zeggen, maar die zie je hier niet. Er is trouwens bijna niemand. Als we bij een van de vele stalletjes vriendelijk worden begroet, vragen we of ze thee voor ons willen zetten van flessenwater. De verbazing en spraakverwarring is algemeen. Na veel heen en weer gepraat en gelach verdwijnt de mevrouw in haar keukentje, om er uit te komen met iets dat het midden houdt tussen thee, koffie, mocca en slootwater. Afijn...het is vocht en we slaan nog wat andere dingen in bij de andere stalletjes want de armoede is hier echt groot. De jonge vrouw die ons met een, sterk tot de verbeelding sprekend gebaar van haar arm, de bedoeling van een ingredient uitlegt, vergeten we nooit. We snappen meteen dat het middel impotentie moet verhelpen!
Als we uiteindelijk bij ons bedoelde strand aankomen is het al laat in de middag en begint het al wat donker te worden. De avond valt hier al om zes uur in de middag namelijk. We wandelen nog wat rond en gaan eten bij een restaurantje aan het strand. De chauffeur die we nu hebben eet liever niet bij ons aan tafel, maar ergens apart. Het is een fijne chauffeur, rustig en geconcentreerd. Hij spreekt geen woord Engels, maar dankzij de lessen Bahasia Indonesia van H., wordt er toch voldoende info uitgewisseld.
De volgende dag gaan we naar Malang. Dit is volgens het reisboek weer een culturele stad met veel bezienwaardigheden. Het is wel weer een behoorlijk trip, en onderweg gaan we ook nog het een en ander zien.  Vroeg op dus!
Wordt vervolgd.